Donkere wolken boven groenestroommakers

De prijs daalt omdat er miljoenen groenestroom- en warmtekrachtcertificaten op overschot zijn, stelt de Vreg vast. De Vlaamse regulator wijst erop dat er momenteel al ruim 1,6 miljoen groene stroomcertificaten en niet minder van 4,5 miljoen warmtekrachtcertificaten te veel zijn. Dat is te wijten aan de massale investeringen in zonne-energie en warmtekrachtinstallaties tijdens de afgelopen twee jaar.

Groenestroom- en warmtekrachtcertificaten worden toegekend aan wie in Vlaanderen hernieuwbare of groene stroom produceert. De verkoop ervan levert extra-inkomsten voor de producenten. Het is eigenlijk een subsidie omdat de verkoop van de elektriciteit zelf niet volstaat om rendabel te zijn.

De normale gang van zaken is dat deze certificaten opgekocht worden door energieleveranciers die elektriciteit verkopen aan de eindverbruikers. De leveranciers zijn wettelijk verplicht om jaarlijks te bewijzen dat een deel van de elektriciteit die ze verkopen afkomstig is van Vlaamse producenten van groene energie en uitbaters van warmtekrachtcentrales. Het probleem is dat er veel meer certificaten zijn dan de leveranciers nodig hebben om de quota te halen.

Het duwt de waarde van de certificaten naar beneden. Een massa certificaten blijft onverkocht. Sommige producenten of bezitters van certificaten bieden ze zelfs niet aan in de hoop dat ze de volgende jaren de waarde van de certificaten opnieuw gaat stijgen.

De kans dat dit gebeurt is vrij klein, waarschuwt de Vreg. En aangezien de komende jaren de certificatenstroom nog groter wordt, dreigt een verdere daling van de certificatenwaarde.

De Vreg vreest dat de investeringen in hernieuwbare energieproductie in Vlaanderen zullen afnemen. Bestaande installaties kunnen zelfs stilvallen omdat ze niet langer rendabel zijn. En dat terwijl er in Vlaanderen nog heel wat investeringen nodig zijn om de elektriciteitsproductie tegen 2020 veel groener te maken.

Volgens voorzitter AndrĂ© Pictoel stoont de Vreg enkele voorstellen klaar die het tij kunnen keren. Dat gaat van het gevoelig optrekken van de quota voor de leveranciers tot het ‘vernietigen’ van de huidige certificatenoverschot.

Een groot deel van het huidige overschot zit overigens bij de distributienetbeheerders Eandis en Infrax. Die netbedrijven zijn verplicht de certificaten die toegekend worden aan zonne-energie op te kopen tegen een gegarandeerde minimumprijs. Ze recupereren momenteel een deel van de kosten via een doorrekening aan de eindverbruikers. Maar het resterende deel moeten ze binnenkrijgen door de certificaten te verkopen aan de leveranciers. En daar slagen ze niet meer in. Bij Eandis is de rekening al opgelopen tot 50 miljoen euro, is te horen.

De grote vrees bij de netbedrijven is dat ook windenergie- en biomassaproducenten bij hen komen aankloppen. Zoals voor zonne-energie zijn de distributienetbeheerders ook voor andere soorten hernieuwbare energie verplicht een minimumprijs te waarborgen. Voor windenergie is dat 90 euro per certificaat. De gemiddelde jaarprijs bedroeg voor 2010 iets meer dan 105 euro. Eandis wijst er echter op dat momenteel op de spotmarkt nog maar 85 euro wordt geboden.