Google, het groene energiemonster



Een zoekopdracht op internet kost veel energie. Toch claimt Google klimaatneutraal te zijn. Daar is niet iedereen het mee eens, maar critici zijn wel blij dat het bedrijf eindelijk met cijfers komt.

Hoe heette die regisseur van die ene Franse film ook al weer? Even googelen. Zo gedaan. Maar hoe simpel het ook is voor de gebruiker, er zit een gecompliceerd systeem achter dat enorme hoeveelheden stroom slurpt. Een enkele zoekopdracht via Google zou volgens sommige deskundigen evenveel energie kosten als een spaarlamp een uur lang laten branden. Een gemiddeld internetgebruiker doet er zo’n duizend per jaar. Om die reden wordt er steeds meer nagedacht over ‘groen’ zoeken.

Google maakte vorige week voor het eerst bekend wat het bedrijf totaal aan koolstofdioxide uitstoot per jaar: 1,46 miljoen ton CO2. Google gebruikt met al zijn datacentra, bedrijfsruimtes en activiteiten 260 miljoen Watt aan elektriciteit, een kwart van het vermogen van een gemiddelde kerncentrale en genoeg om 200.000 huishoudens van stroom te voorzien.

Dit lijkt veel, maar Google is ook een enorm bedrijf, legt internetdeskundige Henk van Ess uit. “Weinig mensen hebben een voorstelling van wat er gebeurt als je een zoekopdracht geeft.” Je zet iets groots in gang. “Google heeft in veel landen een grote hal met computers. Bij ons staan ze in een onopvallende loods in Groningen waarvan je aan de buitenkant niet ziet dat Google daar zit. Daar wordt jouw zoekterm met miljarden pagina’s op internet vergeleken. En dat kost natuurlijk stroom.”

Volgens Google’s directeur duurzaamheid Rick Needham maakt het bedrijf alle energie die het gebruikt op de ene of andere manier goed aan de natuur. “De Google-gebruiker kan er zeker van zijn dat hij via ons bijna niets verspilt. Daar zijn we bijna obsessief mee bezig”, aldus Needham.

Dit goedmaken gebeurt op drie manieren, legt hij uit. Door efficiënt koelen en isoleren gebruikt Google maar de helft van stroom van een gemiddeld datacentrum. Daarnaast gebruikt het bedrijf voor 25 procent aan groene stroom, die het al dan niet zelf opwekt. In 2012 moet dit omhoog naar 35 procent. Wat er dan nog wordt uitgestoten aan CO2, koopt het bedrijf af door te investeren in groene projecten zoals wind- en zonne-energieparken. Needham: “Hierdoor zijn we sinds 2007 volledig CO2-neutraal.”

Maar niet iedereen is het daar mee eens. Er bestaan verschillende verhalen over de vervuiling van één zoekopdracht. Google zelf noemt 0,2 gram CO2 per zoekterm, maar dat wordt tegengesproken door onder meer milieudeskundige Alex Wissner-Gross van Harvard, die vermoedt dat dit minstens het vijftienvoudige is. Bovendien rekent Google in de cijfers nog niet mee hoeveel elektriciteit pc’s, tabletcomputers en iPhones verbruiken. Ook wordt het door analisten enigszins dubieus genoemd dat het bedrijf zijn energiegebruik zo lang geheim hield.

In 2010 bracht Greenpeace al een rapport uit waarin het zijn zorgen uitte over de groeiende dataopslag, -gebruik en de energie die dit kost. Volgens de groene activisten gebruiken de computercentra van bedrijven als Google, Yahoo, Facebook en IBM samen bijna 2 procent van de totale elektriciteit ter wereld. En dat verbruik groeit jaarlijks met 12 procent. Needham weet dit ook. Internet wordt nu eenmaal steeds intensiever gebruikt, aldus de directeur duurzaamheid van Google.

Volgens de in Zweden promoverende Pedro Bentancour Garin kunnen internetbedrijven meer doen. Zoekwebsites verdienen miljarden aan advertenties en kunnen eigenlijk best wat terugdoen, is zijn redenering. Hij zette daarom in 2008 de eerste groene zoekmachine op, Treehoo. De helft van de advertentie-inkomsten van zijn site wordt gebruikt om bomen te planten en zo wordt het hoge energieverbruik gecompenseerd.

Sinds 2008 zijn er nog meer alternatieve zoekmachines ontstaan. Een van de bekendste voorbeelden is Ecosia, van de Duitse internetondernemer Christian Kroll. “We vermoeden dat de 0,2 gram van Google niet klopt”, legt zijn zus en hoofd communicatie Jana Kroll uit. “Er zijn zo veel verschillende getallen dat wij besloten hebben termen als CO2-neutraal te vermijden. Dat onze gebruikers het regenwoud beschermen kunnen we tenminste wel garanderen.”

Als je een zoekopdracht bij Ecosia invoert, zoekt de website via het zoeksysteem van Yahoo en Bing. De antwoorden zijn hetzelfde, maar met de advertentie-inkomsten worden stukken regenwoud gekocht. 80 procent van de advertentieopbrengsten wordt aan het Wereld Natuur Fonds gedoneerd.

Ecosia haalde in drie jaar 326.000 euro op. De resterende 20 procent van de opbrengsten gaat naar de huur en het loon van de medewerkers, legt Kroll uit. “We willen geen winst maken, maar we moeten wel onze mensen kunnen betalen. Wat we uitgeven aan bedrijfsvoering, ons loon, alles staat op internet. Mochten we heel groot worden, dan zullen we meer geld overmaken naar het WNF”, aldus Kroll.

Google wilde niet met Ecosia samenwerken, aldus Kroll. Bedrijven betalen namelijk per keer dat op hun advertentie wordt geklikt. Omdat bij de groene zoekmachines indirect wordt opgeroepen op de advertenties te klikken voor het goede doel, betalen de adverteerders de prijs. En dat wil Google niet. Gelukkig voor Kroll hebben concurrenten Yahoo en Bing daar minder problemen mee. “Zij willen juist bij zo veel mogelijk andere initiatieven betrokken worden, zodat ze een sociaal platform kunnen zijn.”

Maar als Yahoo en Bing met hen samenwerken, waarom doen zij dan niet zelf een duit in het zakje? Zo veel geld aan het WNF overmaken is niet te verenigen met het verdienmodel van zulke bedrijven, denkt Jana Kroll. “Wij zijn bedacht om de natuur te dienen, zij om winst te maken.”

Volgens internetjournalist Van Ess is dit een essentieel verschil. “Het past niet bij Google om stukken regenwouden op te kopen, ze zijn innovatiever. Zo werken ze bijvoorbeeld samen met Blackle, de zoekmachine die geheel zwart is vormgegeven zodat de gebruiker stroom spaart aan beeldschermverlichting.”

Google is eigenlijk een uiterst groen bedrijf, vertelt Needham trots. “Veel mensen realiseren het zich niet, maar als iedereen onze e-mail gebruikt, hebben ze zelf geen server nodig. Als je Gmail hebt, gebruik je 80 keer zo weinig energie als e-mail op een server thuis. Bovendien kunnen we serverruimte besparen en het stroomverbruik in zijn totaliteit dus verkleinen.” Bedrijven hoeven hun computers ‘s nachts niet aan te laten staan bijvoorbeeld. Cloudcomputing heet dat. “Op deze manier maken wij het voor bedrijven en gebruikers mogelijk duurzamer te werken.”

“Als ik Google een rapportcijfer moest geven op basis van deze nieuwe cijfers, gaf ik ze een dikke voldoende”, aldus Tom Dowdall van Greenpeace International. Zijn Nederlandse collega Kim Schoppink is blij dat Google eindelijk over de brug komt met cijfers. “We spreken het bedrijf al jaren aan op meer transparantie. We zijn blij dat de eerste stappen nu zijn gezet”, aldus Schoppink.

“Het is positief dat Google laat zien dat het überhaupt mogelijk is om over te gaan op schone energiebronnen.” Daarmee geven ze het goede voorbeeld in de IT-sector. Die sector is cruciaal voor het aanpakken van de klimaatproblemen voor de nabije toekomst. Dat Google nu vertelt wat het precies doet, kan andere vervuilende bedrijven zoals Facebook aansteken. En dat is hoognodig.”

Groene zoekmachines

Enkele voorbeelden van zoekmachines waarbij gebruikers geld doneren aan natuur- en klimaatprojecten:

www.ecosia.org

nl.forestle.org

www.ecocho.nl

www.treehoo.com

www.ecosearch.org

www.goodsearch.com

Cloudcomputing

Een andere categorie is de zoekmachine die stroom bespaart vanwege de zwarte achtergrond:

www.blackle.com

www.earthle.com

Of machines die enkel groene resultaten geven:

www.greenmaven.com

www.menta.nl

www.ecoseek.net

www.ecoearth.info

www.greenlinkcentral.com

Google rekent niet mee hoeveel stroom pc’s, tablets en iPhones gebruiken