Iedereen zijn eigen stukje windmolen

Energie wordt in drie grote happen verbruikt: als elektriciteit, voor verwarming en voor vervoer. Een duurzame energievoorziening bereken je niet door, zoals Bernard Gerard doet alsof je een groot centraal fossiel energiebedrijf bent. De wereld is met een paradigma shift bezig, decentralisatie van het opwekken van energie.

Duurzame energie – wind en zon – is decentraal beschikbaar. Dus gebeurt het opvangen van die energie ook decentraal. Er komen in de regio windparken, mooi geplande lijnvormige windparken als we dat zelf regelen, en zonnepanelen op alle plaatsen waar we gemakkelijk zon kunnen opvangen.

Wat als het niet genoeg waait? Dan komt de stroom uit oude gascentrales. Of uit decentrale wkk (warmtekrachtkoppeling) gascentrales, waarvan de warmte nuttig wordt gebruikt in een bedrijf of woonwijk. Met het huidige verbruik hebben we nog genoeg gas voor enkele tientallen jaren, dus dat schaliegas (ook decentraal) kan nog wel even blijven zitten. De vervuilende proefboringen zijn overbodig. Duurzame elektriciteit komt straks voor 60 tot 80 procent uit windparken en voor 20 procent van zonnepanelen, aangevuld met zo’n 20 procent uit andere bronnen zoals aardgas of biogas en wellicht aardwarmte.

Windparken zijn het moeilijkst in Nederland gasland. De rest van de wereld bouwt sinds 2009 al meer ‘windpark’ dan ‘fossiele centrale’. Mooie windparken bouw je in lijnen in het landschap, elke kilometer van zo’n rij windmolens levert stroom voor 4.000 inwoners en hun elektrische gezinsauto. Zo is het vervoer ook meteen geregeld.

Een stad als Eindhoven moet met regiogemeenten overleggen waar ze voldoende kilometers windpark kunnen bouwen. Die tracés zijn vaak de gemeentegrenzen, omdat daar vaak weinig mensen wonen. In het hele SRE-gebied wonen 700.000 mensen. Daarvoor zou dus tot circa 175 kilometer lijnvormige windparken nodig zijn. Een deel daarvan kan de regio inkopen in bijvoorbeeld West-Brabant of op de Noordzee.

Wat ook anders wordt, is wie wat betaalt. Stroom uit zon en wind is gratis. Er zijn geen brandstof- of CO2-kosten. Er hoeft geen grote centrale gebouwd en onderhouden te worden. Windmolens en zonnepanelen vergen geen specialistische kennis. Wij hoeven ze alleen maar te kopen, te installeren en klaar zijn we. Het opwekken van decentrale stroom is zo simpel dat we per gezin een stukje windpark kunnen bezitten. Daardoor zullen we bijna geen energiekosten hebben maar wel financierings- en onderhoudskosten.

Een gezin dat eenmalig 3.000 tot 5.000 euro in een windpark investeert, heeft daarna gratis stroom. Wel moet betaald worden voor het gebruik van het netwerk. In essentie worden gezinnen kleine ondernemers met hun eigen centrale in de vorm van een stukje windmolen in een coöperatief windpark en de zonnestroominstallatie en zonneboiler op het dak.

Dan de verwarming. Woningen kunnen energieneutraal gebouwd worden. Ze verbruiken dan geen aardgas meer. In Schiedam is al in 1989 een energieneutrale wijk gebouwd. Daar is het goed wonen. Er is een stuwmeer aan werk voor bouwvakkers en installateurs om bestaande woningen energieneutraal te maken.

De kosten voor een gezin worden lager bij een duurzamer leven op deze decentrale manier. Investeringen in woningisolatie en luchtkwaliteit in huis zijn eenmalig, terwijl de kosten van aardgas blijven doorlopen en de aardgasprijs elk jaar hoger wordt. Een acculading voor de elektrische auto kost maar een paar euro in plaats van 50 euro voor een volle tank.

De rijksoverheid vreest op korte termijn voor haar aardgasinkomsten. Dat is niet nodig want die inkomsten komen vertraagd, over een langere termijn, alsnog binnen. Ook voor de overheid betekent duurzamer worden meer inkomsten. Alleen willen ze dat in Den Haag nog niet snappen. Decentraal betekent natuurlijk ook minder invloed vanuit Den Haag, daar zal de pijn zitten.


Henk Daalder uit Nuenen is elektrotechnish ingenieur en ontwerper van windparken.


© Eindhovens Dagblad 2011, op dit artikel rust copyright.