Ondanks toezeggingen: Herkomst steenkool blijft een schimmige zaak

Wat is nou precies de herkomst van steenkool? Volgens de Volkskrant blijft dit een schimmige zaak. Energiebedrijven weigeren meer inzicht te geven in de herkomst van steenkool voor hun Nederlandse elektriciteitscentrales. Dit ondanks toezeggingen die zij deden na onthullingen over mensenrechtenschendingen bij kolenmijnen.

Uit onderzoek van SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen), dat vandaag wordt gepresenteerd, blijkt dat de energiemaatschappijen rookgordijnen creëren om de aanvoerketens van steenkool te verhullen. ‘Ze verschuilen zich achter contractuele bepalingen met de mijnbouwbedrijven’, zegt onderzoeker Joseph Wilde-Ramsing. ‘Maar het zijn de energiebedrijven zelf die deze non-disclosure clausules in de contracten opnemen.’

Ook het argument dat de kolen gemengd worden en daardoor niet te traceren zijn, snijdt volgens Wilde-Ramsing geen hout. ‘We hebben zelf veel meer informatie achterhaald dan de bedrijven zeggen te kunnen prijsgeven.’ Zo deed hij een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur om de vertrekhavens van in Amsterdam aanmerende kolenschepen te achterhalen. Daaruit kon hij afleiden dat die vooral uit Colombia komen.

Andere belangrijke landen van oorsprong zijn Rusland, Australië, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Vanuit de havens van Rotterdam, Amsterdam en Vlissingen worden de kolen vervoerd naar de Nederlandse en Duitse centrales.

Steenkool is na aardgas de belangrijkste bron van Nederlandse elektriciteit, met een aandeel van 30 procent. Twee jaar geleden ontstond ophef, toen bleek dat Nederlanders het licht aandoen met stroom uit kolen waar bloed aan zou kleven.

Vooral rond de mijnen in Colombia, Zuid-Afrika en Rusland zijn gevallen van mensenrechtenschendingen gerapporteerd. Zo loopt in de VS een rechtszaak tegen het mijnbouwbedrijf Drummond, dat wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan de moorden op drie leiders van de mijnbouwvakbond in Colombia. Het tv-programma Netwerk berichtte in 2010 over slechte arbeidsomstandigheden in Zuid-Afrikaanse mijnen.

Bloedkolen
Naar aanleiding daarvan organiseerde de Tweede Kamer een hoorzitting over de ‘bloedkolen’. De brancheorganisatie van energiebedrijven begon een ‘kolendialoog’, waarin zijzelf, de mijnbouwbedrijven, de vakbonden en enkele ontwikkelingsorganisaties zouden gaan praten om de ‘transparantie in de keten’ te bevorderen. Toenmalig staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken) werd de voorzitter.

Heemskerk zei begin vorig jaar in een interview met de Volkskrant nog dat die dialoog ‘veelbelovend’ was. ‘Straks kun je ervoor kiezen dat je geen thee meer wilt zetten met kolen uit Siberië, omdat je de productiemethoden daar niet vertrouwt.’

Het idee was dat de energiebedrijven exacte informatie zouden verschaffen over de mijnen waar de kolen vandaan komen. Vorig jaar leek het erop dat de betrokken bedrijven wilden meewerken. ‘Nuon, Essent, Electrabel, Anglo American, Xstrata, ze hebben allemaal hun handtekening gezet’, zei Heemskerk.

Wilde-Ramsing van SOMO stelt dat er geen concrete vooruitgang is geboekt. Dat wordt bevestigd door Janine de Vries van Cordaid, die deelneemt aan de dialoog. Zij noemt de gang van zaken teleurstellend.

De energiemaatschappijen ontkennen dat ze afspraken hebben geschonden. Eon wijst erop dat de kolendialoog nog niet is afgelopen. Formeel lopen de gesprekken tot augustus. ‘Het doel is nog steeds de transparantie te verbeteren’, zegt een woordvoerder. ‘Daar wordt nog intensief over onderhandeld.’

Te hoge verwachtingen
Andere bedrijven stellen dat er te hoge verwachtingen zijn gewekt. ‘Het is nooit het doel geweest van de kolendialoog om tot een lijst te komen wie waar welke kolen inkoopt’, zegt een woordvoerder van Nuon.

Volgens brancheorganisatie EnergieNederland ‘hanteren de mijnbouwers en energiebedrijven al beleid voor een verantwoorde inkoop en winning van kolen’. Het gaat er nu alleen nog om ‘verbetermogelijkheden in kaart te brengen’.

Nuon geeft toe dat het mogelijk is de herkomst van kolen te achterhalen. ‘Punt is echter dat wij geen informatie willen delen over waar we inkopen omdat het commercieel gevoelige informatie is. Vandaar ook de non-disclosure bepalingen.’