Stop subsidie op kolen, olie en gas

Brandstofsubsidies zijn volgens de IEA niet alleen enorm verspillend, maar verstoren bovendien de efficiente distributie van energiebronnen. Dat staat vermeld in het Oil Market Report dat 20 januari is verschenen. De vraag naar olie in Nigeria zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2012 in elkaar zakken als gevolg van het wegvallen van de subsidie op benzine. Uit cijfers van het IEA blijkt dat wereldwijd zes keer zoveel subsidie naar fossiele brandstoffen als naar hernieuwbare energie gaat. De organisatie roept om het beëindigen van de overheidssteun voor olie, gas en kolen.

Helft van de CO2 besparing
Het stopzetten van subsidies voor olie, kolen en gas zou evenveel besparen als de jaarlijkse CO2 uitstoot van Duitsland in het jaar 2015. Fatih Birol, hoofdeconoom van het het Internationale Energie Agentschap (IEA), stelt dit in een interview met de Britse krant de Guardian. In totaal zou de maatregel de helft van de CO2-besparing op kunnen leveren die nodig is om klimaatverandering tegen te gaan.

Subsidie € 316 per jaar
Het IEA heeft berekend dat in 2010 wereldwijd voor $ 409 (€316) mrd aan subsidies voor kolen, olie en gas werd uitgegeven. Een bekend voorbeeld is rode diesel voor de landbouw, waarvoor lagere accijnzen gelden. Ter vergelijking, wereldwijd werd er in 2010 ongeveer €53 mrd aan subsidies voor hernieuwbare energiebronnen uitgegeven.
“Dankzij subsidies voor fossiele brandstoffen lijden energiemarkten aan appendicitis. Ze moeten worden verwijderd voor een gezonde energie-economie,” zei Birol. “De prijzen voor energie zijn significant te laag in veel delen in de wereld, wat leidt tot verspilling, instabiele prijzen en brandstofsmokkel. Het ondermijnt daarnaast de concurrentiepositie van hernieuwbare energie.”

Ruim € 1000 Miljard Subsidies voor Vuile Energie
Leefbare wereld publiceerde al in 2009, dat uit onderzoek van oa de Technische Universiteit Delft blijkt dat regeringen wereldwijd jaarlijks $ 1065 miljard subsidies verstrekken aan producenten en consumenten van fossiele energiebronnen [kolen, olie en gas. Dit gigantische bedrag is vele malen groter dan de subsidies die aan schone, duurzame energie wordt besteed. In landen als China, Indonesië, Iran en India word de subsidie gebruikt om de energieprijzen voor de consumenten laag te houden. In Westerse industrielanden gaan de subsidies vooral naar de productie van kolen, olie en gas. In Nederland gaat het om € 7,5 miljard per jaar, vaak via off-budget regelingen, zodat het niet in de begroting te zien is.

CCS subsidies en kolencentrales
Hoewel de energiebedrijven geld genoeg hebben, krijgen ze het door intensief lobbywerk toch voor elkaar om ook subsidie te krijgen voor onderzoek naar en proefinstallaties voor CO2 opvang en opslag [Carbon Capture and Storage = CCS]. In Nederland gebeurt dit in Barendrecht. Het is geen toeval dat kolenproductie, de smerigste fossiele brandstof, de meeste subsidie krijgt van de EU, bij hun strijd tegen klimaatverandering. Door CCS te gebruiken als rechtvaardiging, krijgen bedrijven die betrokken zijn bij kolenproductie geld uit 4 verschillende EU fondsen [Herstelfonds, ETS, FP7 en structurele fondsen]. In de EU wordt € 7 miljard uitgetrokken voor CCS demonstratieprojecten.

Subsidie gebruiken voor duurzame energie
Het stopzetten gedurende de komende 5 jaar van die meer dan $1000 miljard subsidie aan fossiele energie zal leiden tot ruim 10% minder uitstoot van CO2.  Bestrijding van klimaatverandering kost in dit geval geen geld, maar levert juist geld op. Indien die miljarden voor driekwart [dat is $750 miljard per jaar] gestoken zouden worden in duurzame energie en energiebesparing, zou de wereld tussen 2040 en 2050 voor 100% op duurzame energie kunnen draaien en zou een klimaatramp kunnen worden voorkomen. Er blijft dan jaarlijks nog $250 miljard over voor andere duurzame investeringen. Het stoppen met die subsidies lijkt makkelijk, maar schijnt moeilijk te zijn. De fossiele energie lobby is  zeer invloedrijk. Gezien de enorme winsten van de energiebedrijven [meer dan $ 20 miljard per jaar voor Shell, Exxon en BP] zijn die subsidies natuurlijk een groot schandaal. In Duitsland bijv. gaat er meer subsidie naar kolenwinning dan naar duurzame energie.

Handrem
Het IEA stelt bij monde van Birol dat een uitfasering van fossiele brandstoffen een besparing van 750 mln ton CO2 kan opleveren in 2015, gelijk aan de jaarlijkse uitstoot van industrieland Duitsland. Dit kan mogelijk stijgen tot 2,6 gigaton in 2035. Dit is de helft van de uitstoot die nodig is om de opwarming van de aarde te beperken tot 2◦ C, de limiet die als veilig wordt gezien door wetenschappers. “Subsidies voor fossiele brandstoffen zijn een handrem terwijl we op de weg zijn naar een toekomst van hernieuwbare energie,” voegde Birol toe. “Het verwijderen ervan brengt ons halverwege de weg die de opwarming tot 2◦C beperkt.” Ook de Wereldbank, econoom lord Nicholas Stern en diverse groene groeperingen hebben geroepen om het beëindigen van de subsidies.

Scholen en ziekenhuizen
Ontwikkelingslanden nemen overigens het grootste gedeelte van de subsidies voor fossiele brandstoffen voor hun rekening, vooral de landen die zelf fossiele brandstoffen exporteren. Het beleid wordt doorgaans verantwoord als manier om armoede te verlichten. Het IAE toont aan dat deze stelling onjuist is. “Slechts 8 procent van de totale subsidiepot in 2010 ging naar de armste 20 procent van de bevolking,” zei Birol. Hij voegde toe dat arme mensen twee keer worden gestraft, omdat de subsidies ook besteed hadden kunnen worden aan scholen en ziekenhuizen. De meeste ontwikkelde landen hebben beleid dat fossiele brandstoffen rechtstreeks subsidieert inmiddels uitgefaseerd. Een recente analyse van de OESO toont echter dat deze zijn vervangen met indirecte steun. In Nederland moeten windmolenparken bijvoorbeeld een aanzienlijke bijdrage betalen om op het energienet aangesloten te worden. Voor traditionele gas- en kolengestookte centrales gaat dit tegen kostprijs. De schatting voor deze indirecte manieren van steun liggen tussen de €35 mrd en €58 mrd.

Het IEA
Deze in Parijs gevestigde intergouvernementele organisatie bestaat uit 26, voornamelijk Westerse, landen. Het IEA is opgericht in 1973. Zijn rol is om problemen te coördineren in tijden van een tekort aan olie. Het IEA adviseert de aangesloten landen, maar onderhoudt ook contacten met andere landen, zoals Rusland, China en India.
De IEA-landen hebben afgesproken om ieder een strategische voorraad aardolieproducten aan te houden, genoeg voor 90 dagen verbruik. In Nederland wordt dit geregeld door de stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten. De laatste decennia is echter de energiemarkt veranderd, dus ook het IEA. Het agentschap richt zich nog steeds op de oliecrisis, mocht deze er komen, maar nu ook vooral op bredere fronten, zoals klimaatverandering, energiebronnen en data-verwerking.

Bronnen onder meer:
The Guardian
Leefbare wereld
IEA
Wikipedia